Omgeving

Tijdens een Lissabon citytrip blijven veel mensen in de stad zelf. Ze bezoeken de verschillende wijken, maar vergeten  de omgeving te verkennen. In een straal van zo’n 50 kilometer rondom de stad kan men enkele leuke bezienswaardigheden opmerken. Wanneer we spreken over een stedentrip van 3 à 4 dagen, dan kan het zeker geen kwaad om wat rond te trekken. We zetten ze even op een rijtje:

Belém

Belém en Ajuda mag men eigenlijk niet bij excursies rekenen. De wijken horen bij Lissabon. Ze zijn ietwat verder gelegen van het historische centrum en worden soms over het hoofd gezien door toeristen. Een spijtige zaak, want er valt een hoop te beleven. Geschiedkundig zijn het strategische punten. Ontdekkingsreizigers (waaronder bijvoorbeeld Vasco da Gama) begonnen hier aan hun ontdekkingstocht. Grootste monumenten herinneren ons tegenwoordig nog steeds aan deze bloeiende periode. De Toren van Belém en het Jeronimos klooster zijn zowat de beroemdste gebouwen van de stad. Men vindt er ook een hoop musea. Deze staan grotendeels in het teken van de ontdekkingsreizen.

De beste manier om Belem te bereiken is middels de tram of per bus. Te voet kan ook, maar de wandeling van zo’n 10 kilometer langs de Taag is niet echt spannend. Het richtpunt is de ‘Ponte 25 de Abril’ – een gigantische hangbrug over de Taag. Deze brug doet een beetje denken aan de Golden Gate Bridge (San Francisco). Ergens achter deze brug ligt de wijk Belém. Tien minuten op de bus en men vertoeft in het levendige centrum van de wijk.

In het stadscentrum kan men trouwens de wereldberoemde Pastéis de Belém of pastéis de nata kopen. De zaak is niet moeilijk te vinden: er staat namelijk een lange wachtrij voor de deur. 6 pasteitjes aankopen en deze in de botanische tuin gaan opeten, dat kan ook!

Het paleis van Sintra en het paleis van Pena

In Lissabon kan men de trein nemen richting Sintra (het treinstation van Rossio, €5 heen en terug). De rit duurt zo’n 40 minuten en eenmaal aangekomen in Sintra ziet men in het station een hoop personen staan die toeristen proberen te lokken. Voor een kleine prijs willen ze je namelijk maar al te graag voeren tot het hoogste punt van Serre de Sintra – het paleis van Pena. Voor 5 euro kun je trouwens een ticket aankopen voor de hop-on-hop-off-bus. Deze bus stopt dan bij alle bezienswaardigheden (kloosters, morenkasteel, paleis Pena).

In het centrum van Sintra kan men het paleis van Sintra opmerken. Het gebouw is gemakkelijk herkenbaar dankzij de twee conische schoorstenen. Vanaf de begane grond kan men op de bergtop het Morenkasteel (Castelo dos Mouros) opmerken. De ruïnes van dit kasteel dateren iut de 9de en 10de eeuw. Iets hoger ligt de absolute topattractie: het paleis van Pena. Dit kasteel kan men niet zien vanaf de begane grond. Men moet iets hoger klimmen alvorens men het sprookjeskasteel in zijn geheel kan aanschouwen.

pena

Dankzij de mengelmoes van bouwstijlen is het eerder een opmerkelijk kunstwerk. De start van de bouw van de zomerresidentie begon in 1834 in opdracht van Ferdinand van Saksen-Coburg Gotha, die getrouwd was met de koningin van Portugal.

De klim naar dit sprookjeskasteel is best pittig te noemen. In het stadscentrum – dus aan het paleis van Sintra – kan men via een prachtige tuin naar boven klauteren. Een groot uur later bereik je het morenkasteel en nog een poosje later sta je voor de toegangspoorten van het paleis van Sintra. Tijdens de pittige wandeling geniet je van prachtige zichten. Op de bergrug staan enkele mooie, historische kastelen. Een absolute aanrader, wetende dat Sintra en omgeving op de Werelderfgoedlijst van UNESCO staat. Die wandeling hoeft men trouwens niet te doen. Zoals reeds geschreven is het ook mogelijk om per busje vervoerd te worden naar alle bezienswaardigheden in de buurt.

Palácio e Quinta da Regaleira

In Sintra trekt het paleis van Pena alle aandacht naar zich toe. Velen vergeten eens af te zakken richting het paleis Palácio da Quinta da Regaleira. Wederom een sprookjesachtige plek. Op de officiële site lezen we het volgende: Bijzonder is de kapel Capela da Santíssima Trindade, die toegang biedt tot de ondergelegen crypte. Ook is er een draaitrap die naar een monumentale waterput leidt, die de bezoeker aan het eind voert naar een grot en een verrassend meer omgeven door tuinen.

Mocht Sintra worden bezocht tijdens de Lissabon citytrip, dan is het zeker om even een klein ommetje te maken richting dit verdoken kasteel.

Queluz

Lissabon bezoeken zonder even halt te houden aan het paleis van Sintra, dat zou zonde zijn. Halverwege de treinrit kan men trouwens even stoppen in Queluz. Het Koninklijk paleis is een typisch voorbeeld van Portugese rococo. Ook de tuinen zijn een bezoek waard. Indien het toch de bedoeling was om per trein af te zakken richting de meest bezochte bezienswaardigheid buiten Lissabon – Sintra-, dan kan het geen kwaad om even halt te houden in Queluz.

Cascais

cascais
Ongeveer 30 minuten van Lissabon (station Cais do Sodré) kan men Cascais vinden. In het oude centrum van deze stad proef je nog steeds de sfeer van vroeger. Het massatoerisme bracht hotels en vakantieflats met zich mee, maar men kan nog steeds authentieke vissershuisjes en paleizen opmerken.

Sesimbra & Mafra

Sesimbra is een andere populaire daguitstap. Men kan in Lissabon – Praca de Espanha – meerdere bussen nemen richting deze gezellige badplaats. Het kasteel van de Moren troont hoog boven Sesimbra. Aldaar kan men genieten van een prachtig uitzicht.

Vanaf station Rossio bereikt men in een klein uurtje Mafra. Het paleis van Koning Dom Joao is gigantisch. Een knap staaltje van grootheidswaanzin. In 1711 begon men met de bouw. 13 jaar later stond het complex er. 50.000 arbeiders werkten aan het gebouw en de werken kostten duizend mensenlevens.

In de buurt van Lissabon

De omgeving van de Portugese hoofdstad biedt dus een hoop mogelijkheden. Bij een verblijf van 1 à 2 dagen raden we je aan om zich te concentreren op Lissabon zelf. Daar valt eigenlijk al voldoende te beleven. Pas wanneer er sprake is van een Lissabon stedentrip van 3 dagen of meer kan men wat tijd aan excursies besteden. Het goede nieuws is dat men alles met het openbaar vervoer kan regelen. Trein, metro en bus brengen je goedkoop en vlot tot vlakbij de belangrijkste toeristische attracties.